De van der Schueren, ridder in een moderne tijd: een beknopt interview
Kastelen, paarden en een harnas: het zijn typische vooroordelen die veel mensen hebben bij het woord ridder. Toch bestaan ridders nog steeds, weliswaar zonder deze attributen, maar daardoor niet minder interessant. In dit interview deelt Maurice ridder de van der Schueren zijn visies en inzichten over deze titel.
De adellijke titel ridder staat boven de ongetitelde adel en net onder die van baron. Momenteel zijn er in Nederland nog slechts zeven adellijke families die deze titel voeren, aanzienlijk minder dan bij titels als baron en graaf. Dat heeft een historische oorzaak, aangezien de titel ridder altijd zeer terughoudend is verleend. Bijzonder is bovendien dat ridder de enige titel binnen de Nederlandse adel is zonder vrouwelijke tegenhanger. In die gevallen wordt het predicaat jonkvrouw gevoerd. De familie de van der Schueren werd in 1821 ingelijfd in de Nederlandse adel met de titel ridder. Maurice ridder de van der Schueren is een telg van deze bijzondere familie en was bereid enkele vragen te beantwoorden.
Dr. Maurice H.F. ridder de van der Schueren werkt als universitair docent en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen waar hij zich bezig houdt met sociale ongelijkheid, elites, familie- en netwerkanalyse. Naast zijn academische werk is hij actief in culturele en historische organisaties, onder meer rond erfgoed, genealogie en tradities, wat natuurlijk mooi aansluit bij zijn familiegeschiedenis. Het is juist die combinatie van wetenschap, geschiedenis en maatschappelijke betrokkenheid die hem het meeste typeert.
Zijn adelijke titel ervaart hij meer als een historische bijzonderheid en een formele aanduiding in sommige contexten (historisch of ceremonieel), niet als iets verhevens. Het besef dat het om een bijna afgesloten hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis gaat, maakt het interessant, aldus Maurice. "Het zegt vooral iets over het verleden van mijn familie, niet over wie ik vandaag ben of wat ik doe".
Voordelen aan de titel zijn er nauwelijks. Buiten dat het soms nieuwsgierigheid oproept, hebben mensen soms ook vooroordelen. Dat kan soms een nadeel zijn, omdat mensen snel aannames doen die niet altijd kloppen. Typische vooroordelen zoals landgoederen, paardrijden en het dragen van een wapenuitrusting zijn dan ook in het geval van Maurice absoluut niet op waarheid berust.
Maurice groeide op met het besef van zijn adellijke achtergrond, al speelde die geen overheersende rol in zijn opvoeding. De focus lag meer op verantwoordelijkheid, opleiding en maatschappelijke betrokkenheid. De interesse was er wel en deze uitte zich in een intensief genealogisch en historisch onderzoek naar zijn familie en naar de Nederlandse adel in het algemeen. Zijn fascinatie maakte hem vooral bewust van hoe sterk familiegeschiedenis verweven is met bredere sociale structuren. “Wat vaak onderbelicht blijft, is hoe divers de levenslopen binnen één adellijke familie kunnen zijn”, aldus Maurice. Verder speelt de adelijke achtergrond binnen de familie een bescheiden rol. Tradities bestaan vooral uit verhalen, documenten en bepaalde gebruiken, niet uit specifieke formele rituelen. Contact met andere adelijke families is er soms ook, maar dit is louter in de context van onderzoeken, cultuur, evenementen of verenigingen.
Over de rol van adeldom in de moderne tijd ziet hij de adel voornamelijk als drager van erfgoed, geschiedenis en soms netwerken, dus geen bevoorrechte maatschappelijke, juridische of politieke positie. Cultureel en symbolisch gezien belangrijk, maar zoals Maurice het zelf zo mooi brengt: “Adel is tegenwoordig vooral een historisch fenomeen met een hedendaagse schaduw”. Hoewel hij symbolische waardering voor langdurige inzet een goed iets vindt, vindt hij de erfelijkheid daarvan niet meer bij deze tijd passen. Daarom geeft hij meer de voorkeur aan de onderscheidingen en ridderorden zoals de Orde van de Nederlandse Leeuw, Orde van Oranje-Nassau, Militaire Willems-Orde als blijk van onderscheiding. De monarchie zelf, inclusief de adeldom ziet Maurice als historische instituties die zich voortdurend moeten legitimeren in een moderne samenleving. “Hun waarde ligt wat mij betreft niet in macht of status, maar in continuïteit, symboliek en maatschappelijke dienstbaarheid”, aldus Maurice.
Het is altijd bijzonder om de visies, geschiedenis en standpunten te horen van iemand die daadwerkelijk deel uitmaakt van de Nederlandse adel, zeker wanneer diegene, zoals Maurice, hier zelf zoveel onderzoek naar heeft gedaan. Dat levert een genuanceerd en helder beeld op en vormt een waardevolle bijdrage aan de verschillende meningen en visies over het concept adel, zowel in historisch als hedendaags perspectief.
Met dank aan Dr. Maurice H.F. ridder de van der Schueren voor de tijd die hij vrijmaakte en voor het delen van zijn verhaal en zijn kijk op adeldom in de moderne tijd.
