5: De (verloren) Hertogen van Nederland
Nederland kent hertogen, maar toch ook weer niet. Hoe zit dat? Hier gaat een interessante, langdurige geschiedenis aan vooraf, beginnend in de vroege middeleeuwen tot aan de Belgische onafhankelijkheid. We maken een aantal sprongen door de geschiedenis en naar het heden om te laten zien hoe de huidige situatie is ontstaan.
De geschiedenis van hertogen begint al vrij vroeg in de middeleeuwen, lang voordat er sprake was van een Nederlandse staat. Een van de eerste hertogdommen in een deel van het huidige Nederland was Neder-Lotharingen. Vervolgens ontwikkelden zich in de 11e en 12e eeuw meerdere hertogdommen, zoals het Hertogdom Brabant, Gelre en Limburg. De titel hertog was oorspronkelijk geen erfelijke adellijke rang, maar eerder een militaire en bestuurlijke functie. Hertogen waren in deze tijd landsheren en qua macht in sommige gevallen vergelijkbaar met koningen. Een hertog was daarmee een belangrijk persoon in de vroege geschiedenis van Nederland, ook al bestond Nederland als staat toen nog niet.
In de 14e en 15e eeuw veranderde de rol van de hertog aanzienlijk. Waar hertogen aanvankelijk regionale vorsten waren, werd de titel steeds vaker opgenomen in het geheel van titels van machthebbers over een breder gebied. Tegelijkertijd werd de titel hertog, door het bijeenbrengen van meerdere gewesten, steeds vaker erfelijk doorgegeven. Na de Bourgondische periode, onder de Habsburgse Nederlanden, werd de hertog steeds vaker afwezig. Het bestuur kwam in handen van stadhouders en raden. Terwijl de titel bleef bestaan, verloor zij haar directe band met het lokale bestuur.
De Nederlandse Opstand markeerde een kantelpunt in de geschiedenis van Nederlandse hertogen. In het noorden van de Nederlanden (ongeveer het huidige Nederlandse grondgebied) werden hertogelijke titels verbonden aan de Spaanse vorsten, wat politiek gezien uiteraard slecht viel. In het noorden werd de hertogelijke titel uit de politiek verdreven, terwijl de titel bleef voortbestaan in de Zuidelijke Nederlanden, die ten opzichte van de nieuwe Republiek onder de Spaanse monarchie bleven. Hier ontstond voor het eerst een groot verschil tussen Noord en Zuid dat later beslissend zou blijken.
We maken een sprong naar 1815, toen het noorden en het zuiden werden verenigd in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, onder koning Willem I. Hierdoor keerden de hertogen terug binnen de nieuw opgerichte Nederlandse adel, maar nog steeds uitsluitend in het zuidelijke deel van het koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk was echter niet van lang leven beschoren en in 1830 werd het zuiden onafhankelijk als het Koninkrijk België. Aangezien de hertogen op het grondgebied van het nieuwe België woonden, kozen zij ervoor om op te gaan in de Belgische adel. Hierdoor kwam de (noord-)Nederlandse adel opnieuw zonder hertogen te zitten.
Hoewel de titel officieel nog steeds bestaat in het adelsstatuut, inclusief beschrijvingen van de rangkroon, heeft Nederland sinds 1830 geen hertogen meer gekend. Hoewel er nog meerdere adelsgunsten werden verleend, bleef dit grotendeels beperkt tot grafelijke titels en lager. Met hoge uitzondering werd de titel markies sporadisch verleend, maar nooit die van hertog. Dit was geen officieel wettelijk besluit, maar eerder beleid. Er is geen expliciet bewijs, maar doorgaans wordt aangenomen dat de titel hertog niet meer werd verleend vanwege de verbondenheid met oude territoriale machtsstructuren, in combinatie met het feit dat de titel als te “zwaar” werd beschouwd ten opzichte van de koning. Nederland wilde adel als maatschappelijke erkenning, niet als machtsstructuur.
Het is niet bekend of er na 1830 aanvragen zijn geweest voor inlijving van hertogen in de Nederlandse adel, maar het feit blijft dat er sinds de onafhankelijkheid van België in 1830 geen hertogen meer zijn geweest. Persoonlijk vind ik het jammer dat op deze manier steeds meer adellijke titels verloren zijn gegaan. Voor uitzonderlijke persoonlijke verdiensten zou het, los van enige politieke of juridische betekenis, mooi zijn om een hertogelijke titel opnieuw te verlenen als puur symbolisch eerbetoon.
